MONUMENT VOOR DE VERDRONKEN DORPEN IN ZEELAND achtergrondinformatie

Opdrachtgever/eigenaar: Provincie Zeeland • Partners/medefinanciers: Gemeente Noord-Beveland, Waterschap Zeeuwse Eilanden •Overige subsidies/sponsoring: Prins Bernhard Cultuurfonds Zeeland, Nationaal Park Oosterschelde, Delta N.V. • Uitvoerende organisatie project Verdronken Dorpen: Stichting Cultureel Erfgoed Zeeland
Ontwerp/realisatie: Lydia Schouten, Amsterdam © 2006

 


Verdronken dorpen
Op het grondgebied van de provincie Zeeland bevinden zich minstens 117 verdronken dorpen (waaronder ook één stad: Reimerswaal). Het gaat om kerkdorpen die ruwweg zijn ontstaan in de periode 900 tot 1500, weggevaagd door het water, veelal als gevolg van een stormvloed, soms ook door langer lopende processen. Sporen in het landschap, bodemvondsten en archiefmateriaal herinneren ons tot op de dag van vandaag aan het leven van mensen op inmiddels verdwenen plekken. Eén van de regio’s in Zeeland die door de loop der tijden zwaar werd getroffen door het water is Noord-Beveland. Aan de Oosterscheldedijk, tussen het dorp Colijnsplaat en de Zeelandbrug, staat vanaf 13 oktober 2009 het ‘Monument voor de Verdronken Dorpen in Zeeland’.

 

Ontwerp
Op de kruin van de dijk wordt een toren geplaatst, die verwijst naar de kerktorens van destijds uit de verdronken dorpen. Deze waren vaak nog zichtbaar, lang nadat de dorpen zelf al waren weggevaagd door het water. Vanaf de toren naar de waterkant kan de bezoeker over treden lopen, opgebouwd uit betonblokken, volgens het systeem Leendertse (een dijkbekleding in 1935 bedacht door M. Leendertse uit Bruinisse). In de blokken leest de bezoeker de spreuk “Het geldt voor nu, het geldt voor later - Wantrouw de macht van wind en water”, ter herinnering aan de Sint-Elisabethsvloed. Tevens zijn de namen van de 117 verdronken dorpen in Zeeland gezandstraald in de blokken en daarna ingevuld met contrasterende betonverf. De toren zelf bestaat uit een stalen constructie van 7.40 meter hoog, met aan de buitenzijde gebogen platen transparant acrylaat. Hierop zijn schilderingen aangebracht: watergolven en vaag daarachter schimmen. In de schemertijd wordt de toren gedurende maximaal twee uur van binnenuit verlicht. Daarna wordt het monument opgenomen in de duisternis. Aan de toren hangen zeven stalen trechters. In vier daarvan zijn speakers aangebracht, waaruit drie maal per dag een geluidscompositie klinkt. Het geluid is gericht op de traptreden aan de zeezijde. Bezoekers aan het monument horen het geluid van opkomende storm (water en wind), afgewisseld met meerstemmige zang uit de vijftiende eeuw en in de verte Middeleeuwse kerkklokken. Na enkele minuten sterft het geluid weg en is er de stilte om over de verdronken dorpen na te denken. De tijdstippen waarop de geluidscompositie klinkt, verwijzen naar jaren waarin zich enkele van de vele fatale stormvloeden voordeden, welke het Deltalandschap voorgoed veranderden en dorpen deden verdwijnen: 11.34 uur (na de vloed uit 1134 startten de bedijkingactiviteiten), 14.04 uur (Sint-Elisabethsvloed uit 1404) en 15.30 uur (Sint-Felixvloed uit 1530). De energievoorziening van het Monument voor de Verdronken Dorpen geschiedt door een zonnepaneel, een unieke situatie voor een kunstwerk in Nederland.

Infopunt
Aan het begin van de dijk, nabij het dorp Colijnsplaat, komt een infopunt over de verdronken dorpen van Zeeland. Het bestaat uit een halfrond muurtje van Vilvoordse steen (een kalksteensoort die wordt gewonnen in groeven in de omgeving van Vilvoorde; vóór WOII werden deze stenen toegepast als dijkbekleding), met in de binnenkom banken. Op de rand komen panelen van harde kunststof, waarop in tekst en beeld een historisch overzicht wordt gegeven van de Zeeuwse strijd tegen het water. In een nagebouwde put is de kaart met de locaties van de 117 verdronken dorpen te zien. Vanuit het infopunt wordt verwezen naar zichtbare overblijfselen van de verdronken dorpen, zoals op Schouwen-Duiveland de kerktoren van Koudekerke (Plompe Toren) en naar tentoonstellingen in Zeeuwse musea gewijd aan deze thematiek, zoals het Zeeuws Museum in Middelburg, Terra Maris - Museum voor Natuur en Landschap in Oostkapelle, Historisch Museum De Bevelanden in Goes en het Watersnoodmuseum in Ouwerkerk.

Beleving
Een bezoek aan het Monument voor de Verdronken Dorpen in Zeeland zul je moeten beleven en ervaren, al was het alleen maar op de tijden dat de geluidscompositie klinkt of als het bij schemering wordt verlicht. Het is ook een contemplatief kunstwerk. Een monument waar je, fietsend door het Zeeuwse landschap, langs komt, afstapt, omheen loopt en de namen van de dorpen op de treden leest, om vervolgens te gaan zitten op de dijk en te turen over het water, waaronder zich veel van die verdronken dorpen bevinden. De kustlijn van Zeeland is door de eeuwen heen letterlijk in beweging geweest. Het water verzwolg dorpen en mensen. Stormvloeden als de Sint-Elisabethsvloed en de Sint-Felixvloed kostten volgens kroniekschrijvers tienduizenden mensen het leven. De geluidscompositie en de vaag zichtbare golven en schimmen op het monument staan hiervoor symbool. Tot vrij recent in de geschiedenis vormde het water een bedreiging voor de mens. Bezoekers van het monument, inwoner of toerist, kunnen bij het monument een verbintenis met het verleden aangaan, bij het infopunt kennis over de verdronken dorpen opdoen en een heel kenmerkend onderdeel van de Zeeuwse geschiedenis beleven.

Locatiekeuze
Het Monument voor de Verdronken Dorpen is een bijzonder monument. Het is niet eerder gerealiseerd. Op dit moment bestaan er alleen ontwerptekeningen en constructieberekeningen van. Pas na uitvoering zal het ‘beeld’ compleet zijn. Als gewenste locatie is de Oosterscheldedijk nabij Colijnsplaat gekozen. In het voorjaar van 2007 zijn enkele informatieavonden belegd om de inwoners van Colijnsplaat en andere belangstellenden te informeren over het ontwerp en de gekozen locatie. Dit heeft geleid tot enkele aanpassingen aan het ontwerp, met name met betrekking tot de geluidscompositie.

Colijnsplaat
Het dorp Colijnsplaat ligt aan de noordkant van Noord-Beveland en is gesticht in 1598. Toen werd het laatste gat gesloten in de dijk om een nieuwe polder. In deze polder groeven Joachim Michielsz en Adriaen Schaers kaarsrechte greppeltjes (kielspitten) ter afscheiding van de kavels en om de omtrek van het rechthoekige dorp Colijnsplaat te markeren. De naam ‘Colijnsplaat’ is afkomstig van het schor 'Colinsplate' dat gedeeltelijk binnen de nieuwe bedijking was komen te liggen. Het dorp is heel uitgekiend gepland en bebouwd. Alles werd vooraf vastgelegd, van de ligging van straten tot aan de soorten bouwmaterialen. Colijnsplaat kenmerkt zich door een brede dorpsstraat, de Voorstraat, waarin enkele winkels en nogal wat notabele woningen het beeld bepalen. De meeste andere straten lopen parallel aan de Voorstraat of staan er haaks op.
Uit gegevens van het jaar 1599 kunnen we opmaken dat Colijnsplaat spoedig aantrekkelijk was als woonplaats. In dat jaar namelijk werd de hervormde gemeente geïnstitueerd. Het herenhuis waarvandaan eerder het bedijkingwerk was georganiseerd, werd als kerk en school ingericht. Belangrijk voor de ontwikkeling van Colijnsplaat was de haven (1599) Via deze haven kon het graan van Noord-Beveland worden gebracht naar het eiland Schouwen en kwam ook het personenvervoer via de veerdienst met Zierikzee op gang. Helaas kwam begin 1600 een terugslag: twee pestepidemieën volgden elkaar snel op. De haven kon daardoor niet gebruikt worden; veel mensen waren zeer arm. Pas in de tweede helft van de 17e eeuw kwam het herstel. Rond 1960 werd de Zeelandbrug naar Schouwen-Duivenland voltooid. Hierdoor werd de veerdienst naar Zierikzee overbodig. De afsluiting van het Veerse Gat betekende bovendien dat in Colijnsplaat een nieuwe vissershaven moest worden gemaakt ter vervanging van de haven in Veere. Colijnsplaat beschikt nu over een moderne jachthaven met ca 500 ligplaatsen en een moderne vissershaven. De verkoop van vis is dan ook een belangrijke inkomstenbron voor Colijnsplaat.


 

Veelgestelde vragen
Eerder is gebleken dat er rondom het ontwerp van het monument veel vragen bestaan. Hieronder volgt een selectie van die vragen met uiteraard de antwoorden.

1. Waarom moet er een Monument voor de Verdronken Dorpen komen?

De geschiedenis van Nederland is onlosmakelijk verbonden met de strijd tegen het water. De belangrijkste gebieden met verdronken dorpen en land liggen in zuidwest en noordoost Nederland. Zeeland telt verreweg de meeste verdronken dorpen. De belangrijkste verklaring daarvoor is de geografische ligging in een estuariumgebied. Die ligging bood goede (economische) mogelijkheden voor het stichten van nederzettingen. Anderzijds maakte die ligging Zeeland kwetsbaar voor landverlies. Er is in de afgelopen jaren veel onderzoek naar de verdronken dorpen verricht. Verdronken dorpen zijn te beschouwen als ‘tijdcapsules’, vol met informatie over leven en werken van Zeeuwen in voorbije eeuwen. Verdronken dorpen hebben een grote cultuurhistorische waarde voor Zeeland. Toch is de geschiedenis ervan bij veel inwoners en bezoekers van Zeeland onbekend. De provincie wil daar met het Monument voor de Verdronken Dorpen verandering in aanbrengen.

2. Is dit monument ook een herinneringsmonument voor de Ramp van 1953?

Nee, dat is niet het geval. Het monument vestigt de aandacht op de geschiedenis van de 117 dorpen, die in de periode tussen ruwweg 1300 en 1700 als gevolg van watervloeden zijn verdwenen. Ook daarna hebben nog vele vloeden Zeeland geteisterd, waaronder die van 1808, 1906, 1911 en, als laatste en meest dramatische, die van 1953. Deze hadden echter geen verdronken dorpen als gevolg. Er zijn meerdere herinneringsmonumenten voor de Ramp van 1953 opgericht, zoals het Nationaal Monument bij de caissons van Ouwerkerk. Ook het monument 'Houen jongens!' in Colijnsplaat herinnert hieraan.

3. Waarom komt het monument in Colijnsplaat?

Zeeland telt drie clusters van gebieden met verdronken dorpen. Het Oosterscheldegebied (Noord-Beveland en de zuidkust van Schouwen) is daar één van. De meeste locaties zijn ongeschikt voor het plaatsen van een monument. Ze liggen in het water of op een terrein dat niet openbaar toegankelijk is. Gezocht is naar een goed bereikbare locatie, centraal in Zeeland, op de grens van land en water en in de buurt van verdronken dorpen. Colijnsplaat voldoet daaraan. In de buurt liggen meerdere verdronken dorpen, als gevolg van de Sint-Felixvloed van 1530, zoals Soecke en Welle.

4. Is er een vergunning nodig voor het monument?

Ja, een bouwvergunning. Die vergunning moet worden verleend door de gemeente Noord-Beveland. Voor het verlenen van zo’n vergunning wordt een vastgestelde procedure gevolgd. De provincie Zeeland heeft als opdrachtgever van het monument een bouwvergunning aangevraagd. De gemeente Noord-Beveland heeft het bestemmingsplan aangepast. Inmiddels is de bouwvergunning verleend. Vanwege de specifieke locatie van het monument is de bouwvergunning ook getoetst op de keur van het waterschap.

5. Waarom moet er geluid uit het monument komen?

Het geluid versterkt de beleving van de bezoeker en brengt hem dichter bij de geschiedenis van de verdronken dorpen. Het alledaagse geluid in de omgeving van het monument is een mix van natuurlijke geluiden (vogels, water en wind) en kunstmatige geluiden (landbouwmachines, autoverkeer vanaf de Zeelandbrug, klokgelui), onderbroken door momenten van stilte. Windkracht en windrichting zorgen daarbij voor dynamiek. Op enkele zorgvuldig gekozen momenten voegt het geluid van het monument daar een accent aan toe. Dat geluid is alleen in de directe omgeving van het monument (tot slechts enkele meters afstand te horen) en gericht op de traptreden aan de zeezijde. Het geluid is bedoeld voor een collectief moment, in niet meer dan enkele minuten; dan is er weer het gewone geluid en de stilte. Juist dat accent zorgt ervoor dat de bezoeker zich kan concentreren op de geschiedenis van de verdronken dorpen en daar ook iets van ervaart. Uitgangspunt is, dat het geluid van het monument geen overlast veroorzaakt. Daarom zijn de tijdstippen waarop de geluidscompositie is te horen beperkt tot drie. Het zijn symbolische tijdstippen, gekoppeld aan de jaren waarin zich watervloeden voordeden die het verdwijnen van dorpen tot gevolg hadden. Ook de duur van het geluid is beperkt; enkele minuten.

6. Zijn er afbeeldingen op het monument te zien?

De romp van het monument bestaat aan de buitenzijde uit gebogen platen transparante kunststof. Deze platen zijn beschilderd. Te zien is een patroon van golven in een sober kleurenpalet. In dat patroon zijn vaag, op de achtergrond, schimmen opgenomen. De golven en schimmen blijven echter abstract. De afbeeldingen op de ‘huid’ van het monument geven, evenals het geluid, een verdieping aan de beleving van het monument en leggen een link naar de verdronken dorpen waarvan de namen op treden van het monument zijn weergegeven. Tijdens de schemeruren wordt de ‘huid’ van het monument van binnen aangelicht. In totaal zal het monument maximaal twee uur per dag op deze wijze worden verlicht. De sterkte van het licht is beperkt (spaarlamp) en is bijvoorbeeld niet vergelijkbaar met de sterkte die wordt ingezet voor het aanlichten van objecten als de zendmast van Goes. Ook hiervoor geldt dat wet- en regelgeving kaderstellend zijn en dat in de uitvoeringsfase nauwlettend zal worden toegezien op handhaving hiervan.

7. Is de gekozen locatie natuurgebied?

Nee. In de onmiddellijke nabijheid ligt echter wel Natura 2000-gebied. Daarom is in de opdrachtverstrekking voor het monument meegenomen dat het ontwerp niet strijdig mag zijn met de Vogel- en habitatrichtlijnen. Vandaar dat er bijvoorbeeld in de nachtelijke uren geen licht en/of geluidsopbrengsten vanuit het monument zullen zijn. In de voorbereidingsfase is ook getoetst of in het kader van de Natuurbeschermingswet 1988 sprake zou zijn van vergunningsplicht of bijzondere richtlijnen. Het voorgelegde bouwplan valt binnen de gestelde normen. Een vergunning op grond van artikel 16/18d, eerste lid van de Natuurbeschermingswet 1988 is niet vereist.

8. Wie is de ontwerper van dit monument?

Het monument is ontworpen door Lydia Schouten uit Amsterdam. Zij heeft haar sporen ruimschoots verdiend met de plaatsing van kunstwerken in de openbare ruimte. In haar werk spelen audiovisuele media een belangrijke rol. Binnen Zeeland is zij vooral bekend om haar ontwerp voor de entreemuur, vloeren en binnenwanden van het Zeeuws Archief in Middelburg. Zij heeft hiervoor dagboekaantekeningen van Jacob Roggeveen over diens ontdekking van Paaseiland in 1722 gebruikt.

9. Waarom heeft het zo lang geduurd voordat het monument wordt geplaatst?

De belangrijkste reden hiervoor is dat voorafgaand aan de plaatsing eerst de dijkverzwaring wordt uitgevoerd die al was gepland door Bureau Zeeweringen, het samenwerkingsverband van Waterschap Zeeuwse Eilanden en Rijkswaterstaat Zeeland. Tevens komt tussen de Zeelandbrug en het dorp Colijnsplaat een fietspad over de dijk. Deze leidt langs het monument en het informatiepunt.

10. Wie zullen het monument gaan bezoeken?

Het monument is bedoeld voor inwoners en bezoekers van Zeeland die, individueel of in een kleine groep, te voet of met de fiets het monument bezoeken. Dit kan toevallig zijn of bewust. In alle gevallen zal de bezoeker iets meekrijgen van de verdronken dorpen en op het spoor worden gebracht van (historisch) interessante plekken in de regio. De combinatie van locatie, monument en infopunt zet in op kleinschalig bezoek en zal als zodanig worden ingebed in de bestaande toeristische netwerken, waaronder wandel- en fietsroutes. Bezoekers kunnen via een pad over de dijk van en naar Colijnsplaat lopen. In Colijnsplaat zijn meerdere monumenten met betrekking tot het water: de Nehalenniatempel, enkele beelden van ‘watermanager’ Johannis de Rijke en uiteraard het monument ‘Houen Jongens!’ 


Project 'Verdronken dorpen geinundeert en wegh-gespoeld'
Op verzoek van de Provincie Zeeland stelde de SCEZ eind 2001 een plan op voor de oprichting van een Monument voor de Verdronken Dorpen. Gevraagd werd om een multidisciplinaire invalshoek en om aandacht voor projecten en activiteiten die een raakvlak hebben met het thema van de verdronken dorpen. In juni 2002 stemde de provincie in met het projectplan en belastte de SCEZ met de uitvoering. Sindsdien heeft de SCEZ, vaak samen met andere organisaties, een groot aantal projecten en activiteiten over de verdronken dorpen gerealiseerd.

Voor meer informatie: Leo Adriaanse, projectleider, telefoon 0118-670889 of e-mail lcm.adriaanse@scez.nl

Activiteiten 2002-2005
In de jaren 2002-2004 heeft onder andere veel historisch en archeologisch (archief)onderzoek plaatsgevonden. Op basis daarvan is een lijst van 117 Zeeuwse kerkdorpen (waaronder 1 stad) opgesteld. De resultaten van het onderzoek werden op 5 november 2004 (sinds 1530 ‘Sint-Felix quade saterdach’ geheten) naar buiten gebracht in de vorm van het boek
Sluimerend in Slik. Tevens vond aan het einde van die maand een wetenschappelijk symposium plaats over de Sint-Elisabethsvloed uit 1404 (op 19 november 2004 was het precies 600 jaar geleden dat de Vlaamse en Zeeuwse kusten werden getroffen door deze krachtige stormvloed) en was er in Rilland een tentoonstelling over het verdwenen Oud-Rilland te zien, samengesteld door de AWN-afdeling Zeeland.
In 2005 is er vooral in de vorm van tentoonstellingen aandacht aan de geschiedenis van de Zeeuwse verdronken dorpen besteed. Er waren tentoonstellingen te zien in:
1. Oosterscheldemuseum Yerseke: 'Verdronken Land van Zuid-Beveland' (met aandacht voor Reimerswaal, Nieuwlande, Tolsend en Valkenisse);
2. Streekmuseum Het Land van Axel: 'Verdronken Dorpen in De Vier Ambachten (Oost-Zeeuws-Vlaanderen)';
3. Watersnoodmuseum Ouwerkerk: 'Schouwen, Dreischor, Bommenede en Duiveland: één geworden door strijd tegen het water'.

Op 5 november 2005 is ook een Sint-Felixtoer door de provincie gehouden (zie hieronder voor een verslag).

In 2002 en 2005 zijn bij het tijdschrift
Zeeuws Erfgoed twee specials verschenen over het project 'Verdronken Dorpen in Zeeland' . Beide specials, Verdronken dorpen in Zeeland (nr. 3) en Verdronken dorpen in Zeeland 2 (nr. 12), zijn als pdf-bestand te downloaden vanaf de website www.scez.nl
In de zomer van 2007 is er in de
Badkoerier, Informatieblad voor toeristen, een artikel gewijd aan de 'roerige watergeschiedenis van Zeeland', in de vorm van vloedmerken, gedenk- en kunstwerken, onder de titel Zeeuwse monumenten van de strijd tegen het water. Over de voorbereiding op plaatsing van het monument is meerdere keren aandacht in de Zeeuwse en landelijke media geweest.

Nadat najaar 2004 alle onderzoek naar de geschiedenis van de verdronken dorpen was afgerond, werd een landelijke oproep gedaan onder beeldend kunstenaars en ontwerpers om een monument te ontwerpen. Uit een kleine honderd inzendingen werden vier kunstenaars geselecteerd die opdracht kregen voor het maken van een voorlopig ontwerp. Een commissie bestaande uit vertegenwoordigers van Zeeuws Museum, Zeeuws Archief, de Zeeuwse Bibliotheek / Zeeuws Documentatiecentrum, Centrum Beeldende Kunst Zeeland, Stichting Het Zeeuwse Landschap, Bureau voor Toerisme Zeeland, Scoop en een extern adviseur (J.C. Blaak), onder leiding van de SCEZ, selecteerde hieruit het voorlopig ontwerp van Lydia Schouten. Het ontwerp van Schouten (unaniem door de commissie bij de provincie voorgedragen) beantwoordde aan de opdracht het monument uit te werken in de vorm van een eigentijds multidisciplinair kunstwerk, dat goed past in het Zeeuwse landschap en verwijst naar de geschiedenis van de verdronken dorpen. Voor de totstandkoming van het monument werd ondersteuning gevonden bij de gemeente Noord-Beveland, het Waterschap Zeeuwse Eilanden, het Nationaal Park Oosterschelde, het Prins Bernhard Cultuurfonds Zeeland en Delta N.V. Op 14 maart 2006 besloten Gedeputeerde Staten van Zeeland tot de definitieve opdracht aan Lydia Schouten. 

Sint-Felixtoer op 5 november 2005

Als men schreef duysent vijf hondert ende dertich,
Den vijfden dach Novembris, ’t wordt u ontdeckt,
Doen ghebeurder jammer ende druck seer smertich,
Ten tijden van de Keyser Carolus die vijfde effect,
Eenen grooten hooghen vloedt isser ghestreckt
Over geheel Zeelandt, deur ’t groot mishagen,
Sach men menich mensche weenen, kermen,
en deerlijck klagen.”

(uit de kroniek uit 1551 van Jan Jansse Reigersberg, naar aanleiding van de Sint-Felixvloed in 1530)

Op zaterdag 5 november 2005 was het precies 475 jaar geleden dat de Sint-Felixvloed de landkaart van Zeeland behoorlijk wijzigde. In deze fatale vloed verdronken vele dorpen in zuidwest-Nederland.
5november 1530 is sindsdien bekend als Sint-Felix quade saterdach.
Onder heel wat gunstiger weersomstandigheden organiseerde de SCEZ op 5 november 2005 ter herdenking van de vloed uit 1530 een Sint-Felixtoer door Zeeland. Publiek kon gedurende de dag op de verschillende locaties van de toer op het programma insteken. Met een gemiddelde van zo’n 60 mensen per locatie trok de Sint-Felixtoer totaal zo’n 150 deelnemers. 
De start (zie foto 1) was in het Oosterscheldemuseum in Yerseke, waar adviseur archeologie Robert van Dierendonck een inleiding op de dag gaf;
(2-4) Theater Kwark speelde vervolgens aan de Scheldedijk nabij het verdronken dorp Oud-Rilland een voorstelling over de Sint-Felixvloed uit 1530;
(5-7) Onder leiding van Dicky de Koning van AWN-afdeling Zeeland werd een buitendijks bezoek aan de site Oud-Rilland gebracht;
(8) In Historisch Museum De Bevelanden te Goes was gelegenheid voor bezoek aan de vaste tentoonstelling ‘Blinken of Verzinken’ over verdronken dorpen. Jan Kuipers gaf een toelichting op de Sint-Felix quade saterdach en Lydia Schouten presenteerde de voorlopige ontwerpen voor het Monument voor de Verdronken Dorpen;
(9) De Sint-Felixtoer werd afgesloten in het Watersnoodmuseum in Ouwerkerk met een bezoek aan de wisseltentoonstelling ‘Verdronken Dorpen op Schouwen-Duiveland’. 

   


Project ‘Verdronken Dorpen geinundeert en wegh-gespoeld’ ná 2009
Na de oplevering van het Monument voor de Verdronken Dorpen stopt het project niet. Er zijn verschillende plannen voor nadere archeologische verkenning van locaties van verdronken dorpen. Ook zal de in Zeeland opgedane kennis actief gedeeld gaan worden met expertisecentra op het gebied van verdronken geschiedenis, elders in Nederland en Europa.
Via deze website wordt u vanaf 2010 over dit nieuwe project geïnformeerd.

 

 


  Bezoekadres:
Groenmarkt 13


Postbus 49

4330 AA Middelburg

www.scez.nl

0118-670870


info@scez.nl