MONUMENT VOOR DE VERDRONKEN DORPEN IN ZEELAND achtergrondinformatie
![]()
Opdrachtgever/eigenaar: Provincie Zeeland • Partners/medefinanciers:
Gemeente Noord-Beveland, Waterschap Zeeuwse Eilanden •Overige
subsidies/sponsoring: Prins Bernhard Cultuurfonds Zeeland, Nationaal Park Oosterschelde,
Delta N.V. • Uitvoerende
organisatie project Verdronken Dorpen: Stichting Cultureel Erfgoed Zeeland
Ontwerp/realisatie: Lydia Schouten, Amsterdam © 2006
![]()

Verdronken
dorpen
Op
het grondgebied van de provincie Zeeland bevinden zich minstens 117
verdronken dorpen (waaronder ook één stad:
Reimerswaal). Het gaat om kerkdorpen die ruwweg zijn ontstaan in de
periode 900 tot 1500, weggevaagd door het water, veelal als gevolg
van een stormvloed, soms ook door langer lopende processen. Sporen in
het landschap, bodemvondsten en archiefmateriaal herinneren ons tot
op de dag van vandaag aan het leven van mensen op inmiddels verdwenen
plekken. Eén van de regio’s in Zeeland die door de loop
der tijden zwaar werd getroffen door het water is Noord-Beveland. Aan
de Oosterscheldedijk, tussen het dorp Colijnsplaat en de Zeelandbrug,
staat vanaf 13 oktober 2009 het ‘Monument voor de Verdronken
Dorpen in Zeeland’.

Ontwerp
Op
de kruin van de dijk wordt een toren geplaatst, die verwijst naar de
kerktorens van destijds uit de verdronken dorpen. Deze waren vaak nog
zichtbaar, lang nadat de dorpen zelf al waren weggevaagd door het
water. Vanaf de toren naar de waterkant kan de bezoeker over treden
lopen, opgebouwd uit betonblokken, volgens het systeem Leendertse
(een dijkbekleding in 1935 bedacht door M. Leendertse uit Bruinisse).
In de blokken leest de bezoeker de spreuk “Het
geldt voor nu, het geldt voor later - Wantrouw de macht van wind en
water”,
ter herinnering aan de Sint-Elisabethsvloed. Tevens zijn de namen van
de 117 verdronken dorpen in Zeeland gezandstraald in de blokken
en daarna ingevuld met contrasterende betonverf. De toren zelf
bestaat uit een stalen constructie van 7.40 meter hoog, met aan de
buitenzijde gebogen platen transparant acrylaat. Hierop zijn
schilderingen aangebracht: watergolven en vaag daarachter schimmen.
In de schemertijd wordt de toren gedurende maximaal twee uur van
binnenuit verlicht. Daarna wordt het monument opgenomen in de
duisternis. Aan de toren hangen zeven stalen trechters. In vier
daarvan zijn speakers aangebracht, waaruit drie maal per dag een
geluidscompositie klinkt. Het geluid is gericht op de traptreden aan
de zeezijde. Bezoekers aan het monument horen het geluid van
opkomende storm (water en wind), afgewisseld met meerstemmige zang
uit de vijftiende eeuw en in de verte Middeleeuwse kerkklokken. Na
enkele minuten sterft het geluid weg en is er de stilte om over de
verdronken dorpen na te denken. De tijdstippen waarop de
geluidscompositie klinkt, verwijzen naar jaren waarin zich enkele van
de vele fatale stormvloeden voordeden, welke het Deltalandschap
voorgoed veranderden en dorpen deden verdwijnen: 11.34 uur (na de
vloed uit 1134 startten de bedijkingactiviteiten), 14.04 uur
(Sint-Elisabethsvloed uit 1404) en 15.30 uur (Sint-Felixvloed uit
1530). De energievoorziening van het Monument voor de Verdronken
Dorpen geschiedt door een zonnepaneel, een unieke situatie voor een
kunstwerk in Nederland.

Infopunt
Aan
het begin van de dijk, nabij het dorp Colijnsplaat, komt een infopunt
over de verdronken dorpen van Zeeland. Het bestaat uit een halfrond
muurtje van Vilvoordse steen (een kalksteensoort die wordt gewonnen
in groeven in de omgeving van Vilvoorde; vóór WOII
werden deze stenen toegepast als dijkbekleding), met in de binnenkom
banken. Op de rand komen panelen van harde kunststof, waarop in tekst
en beeld een historisch overzicht wordt gegeven van de Zeeuwse strijd
tegen het water. In een nagebouwde put is de kaart met de locaties
van de 117 verdronken dorpen te zien. Vanuit het infopunt wordt
verwezen naar zichtbare overblijfselen van de verdronken dorpen,
zoals op Schouwen-Duiveland de kerktoren van Koudekerke (Plompe
Toren) en naar tentoonstellingen in Zeeuwse musea gewijd aan deze
thematiek, zoals het Zeeuws Museum in Middelburg, Terra Maris -
Museum voor Natuur en Landschap in Oostkapelle, Historisch Museum De
Bevelanden in Goes en het Watersnoodmuseum in Ouwerkerk.
Beleving
Een
bezoek aan het Monument voor de Verdronken Dorpen in Zeeland zul je
moeten beleven en ervaren, al was het alleen maar op de tijden dat de
geluidscompositie klinkt of als het bij schemering wordt verlicht.
Het is ook een contemplatief kunstwerk. Een monument waar je,
fietsend door het Zeeuwse landschap, langs komt, afstapt, omheen
loopt en de namen van de dorpen op de treden leest, om vervolgens te
gaan zitten op de dijk en te turen over het water, waaronder zich
veel van die verdronken dorpen bevinden. De kustlijn van Zeeland is
door de eeuwen heen letterlijk in beweging geweest. Het water
verzwolg dorpen en mensen. Stormvloeden als de Sint-Elisabethsvloed
en de Sint-Felixvloed kostten volgens kroniekschrijvers tienduizenden
mensen het leven. De geluidscompositie en de vaag zichtbare golven en
schimmen op het monument staan hiervoor symbool. Tot vrij recent in
de geschiedenis vormde het water een bedreiging voor de mens.
Bezoekers van het monument, inwoner of toerist, kunnen bij het
monument een verbintenis met het verleden aangaan, bij het infopunt
kennis over de verdronken dorpen opdoen en een heel kenmerkend
onderdeel van de Zeeuwse geschiedenis beleven.
Locatiekeuze
Het
Monument voor de Verdronken Dorpen is een bijzonder monument. Het is
niet eerder gerealiseerd. Op dit moment bestaan er alleen
ontwerptekeningen en constructieberekeningen van. Pas na
uitvoering zal het ‘beeld’ compleet zijn. Als gewenste
locatie is de Oosterscheldedijk nabij Colijnsplaat gekozen. In het
voorjaar van 2007 zijn enkele informatieavonden belegd om de inwoners
van Colijnsplaat en andere belangstellenden te informeren over het
ontwerp en de gekozen locatie. Dit heeft geleid tot enkele
aanpassingen aan het ontwerp, met name met betrekking tot de
geluidscompositie.

Colijnsplaat
Het
dorp Colijnsplaat ligt aan de noordkant van Noord-Beveland en is
gesticht in 1598. Toen werd het laatste gat gesloten in de dijk om
een nieuwe polder. In deze polder groeven Joachim Michielsz en
Adriaen Schaers kaarsrechte greppeltjes (kielspitten) ter afscheiding
van de kavels en om de omtrek van het rechthoekige dorp Colijnsplaat
te markeren. De naam ‘Colijnsplaat’ is afkomstig van het
schor 'Colinsplate' dat gedeeltelijk binnen de nieuwe bedijking was
komen te liggen. Het dorp is heel uitgekiend gepland en bebouwd.
Alles werd vooraf vastgelegd, van de ligging van straten tot aan de
soorten bouwmaterialen. Colijnsplaat kenmerkt zich door een brede
dorpsstraat, de Voorstraat, waarin enkele winkels en nogal wat
notabele woningen het beeld bepalen. De meeste andere straten lopen
parallel aan de Voorstraat of staan er haaks op.
Uit gegevens van
het jaar 1599 kunnen we opmaken dat Colijnsplaat spoedig
aantrekkelijk was als woonplaats. In dat jaar namelijk werd de
hervormde gemeente geïnstitueerd. Het herenhuis waarvandaan
eerder het bedijkingwerk was georganiseerd, werd als kerk en school
ingericht. Belangrijk voor de ontwikkeling van Colijnsplaat was de
haven (1599) Via deze haven kon het graan van Noord-Beveland worden
gebracht naar het eiland Schouwen en kwam ook het personenvervoer via
de veerdienst met Zierikzee op gang. Helaas kwam begin 1600 een
terugslag: twee pestepidemieën volgden elkaar snel op. De haven
kon daardoor niet gebruikt worden; veel mensen waren zeer arm. Pas in
de tweede helft van de 17e eeuw kwam het herstel. Rond 1960 werd de
Zeelandbrug naar Schouwen-Duivenland voltooid. Hierdoor werd de
veerdienst naar Zierikzee overbodig. De afsluiting van het Veerse Gat
betekende bovendien dat in Colijnsplaat een nieuwe vissershaven moest
worden gemaakt ter vervanging van de haven in Veere. Colijnsplaat
beschikt nu over een moderne jachthaven met ca 500 ligplaatsen en een
moderne vissershaven. De verkoop van vis is dan ook een belangrijke
inkomstenbron voor Colijnsplaat.

Veelgestelde
vragen
Eerder
is gebleken dat er rondom het ontwerp van het monument veel vragen
bestaan. Hieronder volgt een selectie van die vragen met
uiteraard de antwoorden.
1.
Waarom moet er een Monument voor de Verdronken Dorpen komen?
De
geschiedenis van Nederland is onlosmakelijk verbonden met de strijd
tegen het water. De belangrijkste gebieden met verdronken dorpen en
land liggen in zuidwest en noordoost Nederland. Zeeland telt verreweg
de meeste verdronken dorpen. De belangrijkste verklaring daarvoor is
de geografische ligging in een estuariumgebied. Die ligging bood
goede (economische) mogelijkheden voor het stichten van
nederzettingen. Anderzijds maakte die ligging Zeeland kwetsbaar voor
landverlies. Er is in de afgelopen jaren veel onderzoek naar de
verdronken dorpen verricht. Verdronken dorpen zijn te beschouwen als
‘tijdcapsules’, vol met informatie over leven en werken
van Zeeuwen in voorbije eeuwen. Verdronken dorpen hebben een grote
cultuurhistorische waarde voor Zeeland. Toch is de geschiedenis ervan
bij veel inwoners en bezoekers van Zeeland onbekend. De provincie wil
daar met het Monument voor de Verdronken Dorpen verandering in
aanbrengen.
2.
Is dit monument ook een herinneringsmonument voor de Ramp van 1953?
Nee,
dat is niet het geval. Het monument vestigt de aandacht op de
geschiedenis van de 117 dorpen, die in de periode tussen ruwweg 1300
en 1700 als gevolg van watervloeden zijn verdwenen. Ook daarna hebben
nog vele vloeden Zeeland geteisterd, waaronder die van 1808, 1906,
1911 en, als laatste en meest dramatische, die van 1953. Deze hadden
echter geen verdronken dorpen als gevolg. Er zijn meerdere
herinneringsmonumenten voor de Ramp van 1953 opgericht, zoals het
Nationaal Monument bij de caissons van Ouwerkerk. Ook het monument
'Houen jongens!' in Colijnsplaat herinnert hieraan.
3.
Waarom komt het monument in Colijnsplaat?
Zeeland
telt drie clusters van gebieden met verdronken dorpen. Het
Oosterscheldegebied (Noord-Beveland en de zuidkust van Schouwen) is
daar één van. De meeste locaties zijn ongeschikt voor
het plaatsen van een monument. Ze liggen in het water of op een
terrein dat niet openbaar toegankelijk is. Gezocht is naar een goed
bereikbare locatie, centraal in Zeeland, op de grens van land en
water en in de buurt van verdronken dorpen. Colijnsplaat voldoet
daaraan. In de buurt liggen meerdere verdronken dorpen, als gevolg
van de Sint-Felixvloed van 1530, zoals Soecke en Welle.
4.
Is er een vergunning nodig voor het monument?
Ja,
een bouwvergunning. Die vergunning moet worden verleend door de
gemeente Noord-Beveland. Voor het verlenen van zo’n vergunning
wordt een vastgestelde procedure gevolgd. De provincie Zeeland heeft
als opdrachtgever van het monument een bouwvergunning aangevraagd. De
gemeente Noord-Beveland heeft het bestemmingsplan aangepast.
Inmiddels is de bouwvergunning verleend. Vanwege de specifieke
locatie van het monument is de bouwvergunning ook getoetst op de keur
van het waterschap.
5. Waarom
moet er geluid uit het monument komen?
Het
geluid versterkt de beleving van de bezoeker en brengt hem dichter
bij de geschiedenis van de verdronken dorpen. Het alledaagse geluid
in de omgeving van het monument is een mix van natuurlijke geluiden
(vogels, water en wind) en kunstmatige geluiden (landbouwmachines,
autoverkeer vanaf de Zeelandbrug, klokgelui), onderbroken door
momenten van stilte. Windkracht en windrichting zorgen daarbij voor
dynamiek. Op enkele zorgvuldig gekozen momenten voegt het geluid van
het monument daar een accent aan toe. Dat geluid is alleen in de
directe omgeving van het monument (tot slechts enkele meters afstand
te horen) en gericht op de traptreden aan de zeezijde. Het geluid is
bedoeld voor een collectief moment, in niet meer dan enkele minuten;
dan is er weer het gewone geluid en de stilte. Juist dat accent zorgt
ervoor dat de bezoeker zich kan concentreren op de geschiedenis van
de verdronken dorpen en daar ook iets van ervaart. Uitgangspunt is,
dat het geluid van het monument geen overlast veroorzaakt. Daarom
zijn de tijdstippen waarop de geluidscompositie is te horen beperkt
tot drie. Het zijn symbolische tijdstippen, gekoppeld aan de jaren
waarin zich watervloeden voordeden die het verdwijnen van dorpen tot
gevolg hadden. Ook de duur van het geluid is beperkt; enkele minuten.
6. Zijn
er afbeeldingen op het monument te zien?
De
romp van het monument bestaat aan de buitenzijde uit gebogen platen
transparante kunststof. Deze platen zijn beschilderd. Te zien is een
patroon van golven in een sober kleurenpalet. In dat patroon zijn
vaag, op de achtergrond, schimmen opgenomen. De golven en schimmen
blijven echter abstract. De afbeeldingen op de ‘huid’ van
het monument geven, evenals het geluid, een verdieping aan de
beleving van het monument en leggen een link naar de verdronken
dorpen waarvan de namen op treden van het monument zijn weergegeven.
Tijdens de schemeruren wordt de ‘huid’ van het monument
van binnen aangelicht. In totaal zal het monument maximaal twee uur
per dag op deze wijze worden verlicht. De sterkte van het licht is
beperkt (spaarlamp) en is bijvoorbeeld niet vergelijkbaar met de
sterkte die wordt ingezet voor het aanlichten van objecten als de
zendmast van Goes. Ook hiervoor geldt dat wet- en regelgeving
kaderstellend zijn en dat in de uitvoeringsfase nauwlettend zal
worden toegezien op handhaving hiervan.
7.
Is de gekozen locatie natuurgebied?
Nee.
In de onmiddellijke nabijheid ligt echter wel Natura 2000-gebied.
Daarom is in de opdrachtverstrekking voor het monument meegenomen dat
het ontwerp niet strijdig mag zijn met de Vogel- en
habitatrichtlijnen. Vandaar dat er bijvoorbeeld in de nachtelijke
uren geen licht en/of geluidsopbrengsten vanuit het monument zullen
zijn. In de voorbereidingsfase is ook getoetst of in het kader van de
Natuurbeschermingswet 1988 sprake zou zijn van vergunningsplicht of
bijzondere richtlijnen. Het voorgelegde bouwplan valt binnen de
gestelde normen. Een vergunning op grond van artikel 16/18d, eerste
lid van de Natuurbeschermingswet 1988 is niet vereist.
8. Wie
is de ontwerper van dit monument?
Het monument is ontworpen door Lydia Schouten uit Amsterdam. Zij heeft haar sporen ruimschoots verdiend met de plaatsing van kunstwerken in de openbare ruimte. In haar werk spelen audiovisuele media een belangrijke rol. Binnen Zeeland is zij vooral bekend om haar ontwerp voor de entreemuur, vloeren en binnenwanden van het Zeeuws Archief in Middelburg. Zij heeft hiervoor dagboekaantekeningen van Jacob Roggeveen over diens ontdekking van Paaseiland in 1722 gebruikt.
9. Waarom heeft het zo lang geduurd voordat het monument wordt geplaatst?
De belangrijkste reden hiervoor is dat voorafgaand aan de plaatsing eerst de dijkverzwaring wordt uitgevoerd die al was gepland door Bureau Zeeweringen, het samenwerkingsverband van Waterschap Zeeuwse Eilanden en Rijkswaterstaat Zeeland. Tevens komt tussen de Zeelandbrug en het dorp Colijnsplaat een fietspad over de dijk. Deze leidt langs het monument en het informatiepunt.
10. Wie zullen het monument gaan bezoeken?
Het monument is bedoeld voor inwoners en bezoekers van Zeeland die, individueel of in een kleine groep, te voet of met de fiets het monument bezoeken. Dit kan toevallig zijn of bewust. In alle gevallen zal de bezoeker iets meekrijgen van de verdronken dorpen en op het spoor worden gebracht van (historisch) interessante plekken in de regio. De combinatie van locatie, monument en infopunt zet in op kleinschalig bezoek en zal als zodanig worden ingebed in de bestaande toeristische netwerken, waaronder wandel- en fietsroutes. Bezoekers kunnen via een pad over de dijk van en naar Colijnsplaat lopen. In Colijnsplaat zijn meerdere monumenten met betrekking tot het water: de Nehalenniatempel, enkele beelden van ‘watermanager’ Johannis de Rijke en uiteraard het monument ‘Houen Jongens!’

Project
'Verdronken
dorpen
geinundeert en wegh-gespoeld'
Op
verzoek van de Provincie Zeeland stelde de SCEZ eind 2001 een plan op
voor de oprichting van een Monument voor de Verdronken Dorpen.
Gevraagd werd om een multidisciplinaire invalshoek en om aandacht
voor projecten en activiteiten die een raakvlak hebben met het thema
van de verdronken dorpen. In juni 2002 stemde de provincie in met het
projectplan en belastte de SCEZ met de uitvoering. Sindsdien heeft de
SCEZ, vaak samen met andere organisaties, een groot aantal projecten
en activiteiten over de verdronken dorpen gerealiseerd.
Voor
meer informatie: Leo Adriaanse, projectleider, telefoon 0118-670889
of e-mail lcm.adriaanse@scez.nl
Activiteiten
2002-2005
I
n
de jaren 2002-2004 heeft onder andere veel historisch en
archeologisch (archief)onderzoek plaatsgevonden. Op basis daarvan is
een lijst van 117 Zeeuwse kerkdorpen (waaronder 1 stad) opgesteld. De
resultaten van het onderzoek werden op 5 november 2004 (sinds 1530
‘Sint-Felix quade saterdach’ geheten) naar buiten
gebracht in de vorm van het boek Sluimerend
in Slik.
Tevens vond aan het einde van die maand een wetenschappelijk
symposium plaats over de Sint-Elisabethsvloed uit 1404 (op 19
november 2004 was het precies 600 jaar geleden dat de Vlaamse en
Zeeuwse kusten werden getroffen door deze krachtige stormvloed) en
was er in Rilland een tentoonstelling over het verdwenen Oud-Rilland
te zien, samengesteld door de AWN-afdeling Zeeland.
In 2005 is er
vooral in de vorm van tentoonstellingen aandacht aan de geschiedenis
van de Zeeuwse verdronken dorpen besteed. Er waren tentoonstellingen
te zien in:
1. Oosterscheldemuseum Yerseke: 'Verdronken Land van
Zuid-Beveland' (met aandacht voor Reimerswaal, Nieuwlande, Tolsend en
Valkenisse);
2. Streekmuseum Het Land van Axel: 'Verdronken
Dorpen in De Vier Ambachten (Oost-Zeeuws-Vlaanderen)';
3.
Watersnoodmuseum Ouwerkerk: 'Schouwen, Dreischor, Bommenede en
Duiveland: één geworden door strijd tegen het water'.
Op 5 november 2005 is ook een Sint-Felixtoer door de
provincie gehouden (zie hieronder voor een verslag).
In 2002
en 2005 zijn bij het tijdschrift Zeeuws
Erfgoed
twee specials verschenen over het project 'Verdronken Dorpen in
Zeeland' . Beide specials, Verdronken
dorpen in Zeeland
(nr. 3) en Verdronken
dorpen in Zeeland 2 (nr.
12), zijn
als pdf-bestand te downloaden vanaf de website www.scez.nl
In de zomer van 2007 is er in de Badkoerier,
Informatieblad voor toeristen,
een artikel gewijd aan de 'roerige watergeschiedenis van
Zeeland', in de vorm van vloedmerken, gedenk- en kunstwerken,
onder de titel Zeeuwse
monumenten van de strijd tegen het water.
Over de voorbereiding op plaatsing van het monument is meerdere keren
aandacht in de Zeeuwse en landelijke media geweest.
Nadat najaar 2004 alle onderzoek naar de geschiedenis van de verdronken dorpen was afgerond, werd een landelijke oproep gedaan onder beeldend kunstenaars en ontwerpers om een monument te ontwerpen. Uit een kleine honderd inzendingen werden vier kunstenaars geselecteerd die opdracht kregen voor het maken van een voorlopig ontwerp. Een commissie bestaande uit vertegenwoordigers van Zeeuws Museum, Zeeuws Archief, de Zeeuwse Bibliotheek / Zeeuws Documentatiecentrum, Centrum Beeldende Kunst Zeeland, Stichting Het Zeeuwse Landschap, Bureau voor Toerisme Zeeland, Scoop en een extern adviseur (J.C. Blaak), onder leiding van de SCEZ, selecteerde hieruit het voorlopig ontwerp van Lydia Schouten. Het ontwerp van Schouten (unaniem door de commissie bij de provincie voorgedragen) beantwoordde aan de opdracht het monument uit te werken in de vorm van een eigentijds multidisciplinair kunstwerk, dat goed past in het Zeeuwse landschap en verwijst naar de geschiedenis van de verdronken dorpen. Voor de totstandkoming van het monument werd ondersteuning gevonden bij de gemeente Noord-Beveland, het Waterschap Zeeuwse Eilanden, het Nationaal Park Oosterschelde, het Prins Bernhard Cultuurfonds Zeeland en Delta N.V. Op 14 maart 2006 besloten Gedeputeerde Staten van Zeeland tot de definitieve opdracht aan Lydia Schouten.
Sint-Felixtoer op 5 november 2005
“Als
men schreef duysent vijf hondert ende dertich,
Den vijfden dach
Novembris, ’t wordt u ontdeckt,
Doen ghebeurder jammer ende
druck seer smertich,
Ten tijden van de Keyser Carolus die vijfde
effect,
Eenen grooten hooghen vloedt isser ghestreckt
Over
geheel Zeelandt, deur ’t groot mishagen,
Sach men menich
mensche weenen, kermen,
en deerlijck klagen.”
(uit
de kroniek uit 1551 van Jan Jansse Reigersberg, naar aanleiding van
de Sint-Felixvloed in 1530)
Op zaterdag 5 november 2005 was
het precies 475 jaar geleden dat de Sint-Felixvloed de landkaart van
Zeeland behoorlijk wijzigde. In deze fatale vloed verdronken vele
dorpen in zuidwest-Nederland.
5november 1530 is sindsdien bekend als Sint-Felix quade saterdach.
Onder heel wat gunstiger weersomstandigheden organiseerde de SCEZ
op 5 november 2005 ter herdenking van de vloed uit 1530 een
Sint-Felixtoer door Zeeland. Publiek kon gedurende de dag op de
verschillende locaties van de toer op het programma insteken. Met een
gemiddelde van zo’n 60 mensen per locatie trok de
Sint-Felixtoer totaal zo’n 150 deelnemers.
De start (zie
foto 1) was in het Oosterscheldemuseum in Yerseke, waar
adviseur archeologie Robert van Dierendonck een inleiding op de dag
gaf;
(2-4) Theater Kwark speelde vervolgens
aan de Scheldedijk nabij het verdronken dorp Oud-Rilland een
voorstelling over de Sint-Felixvloed uit 1530;
(5-7) Onder
leiding van Dicky de Koning van AWN-afdeling Zeeland werd een
buitendijks bezoek aan de site Oud-Rilland gebracht;
(8) In Historisch Museum De Bevelanden te
Goes was gelegenheid voor bezoek aan de vaste tentoonstelling
‘Blinken of Verzinken’ over verdronken dorpen. Jan
Kuipers gaf een toelichting op de Sint-Felix quade saterdach en Lydia
Schouten presenteerde de voorlopige ontwerpen voor het Monument voor
de Verdronken Dorpen;
(9) De Sint-Felixtoer werd afgesloten in
het Watersnoodmuseum in Ouwerkerk met een bezoek aan de
wisseltentoonstelling ‘Verdronken Dorpen op
Schouwen-Duiveland’.
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Project
‘Verdronken
Dorpen geinundeert en wegh-gespoeld’ ná 2009
Na
de oplevering van het Monument voor de Verdronken Dorpen stopt het
project niet. Er zijn verschillende plannen voor nadere
archeologische verkenning van locaties van verdronken dorpen. Ook zal
de in Zeeland opgedane kennis actief gedeeld gaan worden met
expertisecentra op het gebied van verdronken geschiedenis, elders in
Nederland en Europa. Via deze website wordt u vanaf 2010 over dit nieuwe project geïnformeerd.

| Bezoekadres: Groenmarkt 13 Postbus 49 4330 AA Middelburg www.scez.nl 0118-670870 info@scez.nl |